submenu

De schilderende broers Julien, Willy en Philippe Bossu - 10/09/2020

‘Verf in de aders’

Ze zijn haast al in elk huis van Kraainem geweest. Drie generaties en bijna honderd jaar lang heeft de familie Bossu immers heel wat gevels en binnenmuren van een nieuwe laag verf of behang voorzien.

Van vader op zoon, het was nog niet zo lang geleden een eretitel die zelfstandigen met trots droegen, als bewijs van ervaring en kwaliteit. Maar de vanzelfsprekendheid waarmee slagers, bakkers, loodgieters en andere ondernemingen meerdere generaties in één familie blijven, is er niet meer. Kraainem kent met schildersbedrijf Bossu nog wel zo’n familiezaak. De broers Philippe (54), Willy (60) en Julien (72) houden al decennialang de verfborstel vast – al geniet de laatste wel al enkele jaren van zijn verdiend pensioen.

‘De geschiedenis van het bedrijf begint bijna honderd jaar geleden’, vertelt Julien. ‘In 1923 vestigde onze grootvader zich in Kraainem. In de Langestraat, in het huis waar het bedrijf nog steeds gevestigd is. Eigenlijk is onze familie van Brugge afkomstig. Onze grootvader was  schilder bij de spoorwegen. Zo is hij in Brussel beland. Na een tijdje is hij in Kraainem voor zichzelf begonnen.’ ‘In West-Vlaanderen hebben we nog verre familie die ook schilders zijn’, weet Philippe. ‘Je kunt dus wel zeggen dat we verf in de aders hebben.’

Mooi resultaat

Dat de drie broers in de voetsporen van hun vader en grootvader zouden treden, was eigenlijk al snel een uitgemaakte zaak. Julien was veertien toen hij in 1962 begon: ‘Eigenlijk was ik nog een kind, maar zo ging dat in die tijd. Ik kan niet zeggen dat we echt verplicht werden om in de zaak te werken, maar iedereen ging er toch vanuit dat we schilder zouden worden.’

Het vak leerden ze al doende, van hun vader. ‘En op de avondschool’, vult Philippe aan. ‘Als je een zaak wilt houden,moet je ook een attest bedrijfsbeheer behalen. Want er komt ook nog een hele berg papierwerk bij kijken.’

Monique, de zus van het gezin, ging bij Veritas werken en stapte dus niet in het bedrijf. ‘In die tijd was het niet gebruikelijk dat vrouwen in de bouw werkten’, aldus Julien. ‘En vandaag zijn ze nog steeds in de minderheid.’

In 2023 bestaat het bedrijf honderd jaar, maar Philippe en Willy zijn kinderloos, en de zonen en dochters van Monique en Julien hebben andere beroepswegen gekozen. Dat betekent allicht dat het bedrijf – na drie generaties – hetzelfde lot beschoren is als de meeste vaderop- zoonbedrijven en zal ophouden te bestaan. ‘Jammer, maar het is niet anders’, relativeren de broers.

De Bossus hebben nooit met ‘extern’ personeel gewerkt. Ze hielden het bewust kleinschalig en focusten op opdrachten in de buurt. ‘Omdat we een klein familiebedrijf zijn, vertrouwen de mensen ons. Ze weten wie ze in hun woning laten’, zegt Julien. ‘Werken met  je vader of je broers is niet altijd even gemakkelijk, maar het wringt overal wel eens zeker? En omdat je elkaar door en door kent, is alles altijd snel uitgepraat.’

Ondanks de zachte dwang zijn de broers tevreden over hun beroepskeuze. Philippe: ‘Het is een mooie stiel. Je ziet het resultaat van je werk. Je maakt een plek mooier, en dat doet deugd. Een voordeel is ook dat je altijd op andere plaatsen mag werken. Elke opdracht is anders en is iets nieuws. Daardoor leer je nog steeds bij. Je komt bovendien vaak met nieuwe mensen in contact. In al die jaren zijn we bij wijze van spreken al in alle huizen van Kraainem en Stokkel geweest.’

Julien ziet nog andere voordelen. ‘Je hebt veel vrijheid, want je bent je eigen baas. En het is goed voor je conditie, altijd die ladder op en af.’ Al brengt die fysieke arbeid ook nadelen met zich mee. Lichte rugklachten zijn niet ongewoon bij de broers.

Geen mondmaskers

Maar wat zouden de broers Bossu doen als ze geen schilder geworden waren? ‘Ik speel piano en zit in een rockgroepje’, zegt Philippe. ‘Misschien was ik wel muzikant geworden. Op mijn zeventiende ben ik muziek gaan studeren aan de muziekschool, omdat ik Bach wou kunnen spelen. En dat doe ik nog steeds.’

‘En ik zou misschien naar de koksschool geweest zijn’, zegt Julien. ‘Ik sta nog altijd graag in de keuken. Nu ik op pensioen ben, heb ik ook meer tijd voor mijn andere hobby: wandelen. Ik heb bijvoorbeeld de GR5 gewandeld, de bekende wandelroute van Rotterdam naar Nice. Daarnaast ben ik nu – samen met mijn vrouw – vrijwilliger bij Resto & Co. Dat is het restaurant van het OCMW waar Kraainemse ouderen elke week tegen een voordelig tarief kunnen gaan eten.’

Net zoals alles is ook het schildersvak veel veranderd. ‘Toen ik begon – in de vroege jaren zestig – was er van hygiëne of veiligheid nog geen sprake’, herinnert Julien zich. ‘Mondmaskers tegen het stof, dat bestond nog niet. En de verf  was nog ongezonder dan vandaag.’ Ook de klanten zijn veranderd, weet Philippe.'Ze zijn veeleisender geworden. Sommigen verwachten mirakels.’

‘Het moeilijkst zijn de huurwoningen’, pikt Julien in. ‘De huisbaas geeft ons dan de opdracht, maar de huurders laten ons niet altijd binnen. Omdat ze niet op de hoogte waren, of omdat ze niet willen dat we binnen gaan. Eén keer hebben we er zelfs een deurwaarder bij moeten halen. Zo maak je wel wat mee. En geloof me, achter de gevels is het niet altijd even proper. De keren dat we speciale gebouwen mochten schilderen, zoals kerken, zijn telkens een uitdaging. Dat zijn de opdrachten die bijblijven.’

Tekst: Wim Troch

Foto: Tine De Wilde

Uit: Lijsterbeskrant September 2020