submenu

Peter Van Keymeulen - 18/05/2020

‘De jaren 80 waren gouden jaren’

Peter Van Keymeulen heeft nog heel levendige herinneringen aan zijn jeugdjaren in Kraainem. Hij vertelt honderduit over zijn tijd bij jeugdclub De Villa en over het ravotten in de velden van ‘s ochtends tot ’s avonds.

Peter is dan wel een geboren en getogen Kraainemnaar, zijn ouders waren dat helemaal niet. ‘Mijn moeder is afkomstig van Kerksken, in de buurt van Aalst en mijn vader kwam van nog verder, uit Oostende. Hij vond werk in Evere en dus kwamen ze hier wonen.’ En ‘hier’, dat was in de Prinses Josephine-Charlottewijk in Kraainem. ‘Die sociale woonwijk werd gebouwd in de jaren vijftig, zestig en zeventig. De mensen die er kwamen wonen hadden allemaal ongeveer dezelfde leeftijd en hun kinderen dus ook. We speelden veel buiten, herinner ik mij. ’s Morgens zeiden we ‘tot vanavond’ tegen onze ouders, en daarna gingen we de hele dag in de velden spelen en kampen bouwen. Dat kon toen nog allemaal. Ik herinner me ook dat we soms gingen zwemmen in Hofstade, waar nu het Blosodomein is. We gingen  daar met de fiets naartoe, een uur heen en een uur terug. Een hele afstand, maar daar maalden wij niet om.’

Canabis in de tuin

Zijn mooiste jaren beleefde Peter bij de jeugdclub De Villa, al was het begin moeilijk. ‘De jeugdclub hebben we met
een paar vrienden nieuw leven ingeblazen. Het vorige jeugdhuis was al een tijd gesloten, omdat ze cannabisplanten in de tuin gevonden hadden. En dat was niet alles, we hebben bij de overname ook nog 50.000 frank schulden moeten aflossen bij de brouwer.’ Maar de overname bleek een succes. Al snel had jeugdhuis De Villa de wind in de zeilen: ‘De jaren tachtig waren echt de gouden jaren, elke zaterdagavond zat het jeugdhuis vol, we draaiden soms een omzet van 5.000 frank op één avond, wat in die tijd veel geld was. En we organiseerden ook ons eigen festivalletje, waar Gorki, De Mens en Mama’s Jasje nog gespeeld hebben. Ze hadden mij ook nog een beginnend groepje met de naam Clouseau aangeboden. Maar ik heb nee gezegd omdat die naam me niks zei. Nog geen jaar later stonden ze overal op nummer één. Daar heb ik toch veel spijt van gehad.’

Ze hadden mij ook nog een beginnend groepje met de naam Clouseau aangeboden. Maar ik heb nee gezegd omdat die naam me niks zei. Nog geen jaar later stonden ze overal op nummer één. Daar heb ik toch veel spijt van gehad.’

Naar Lennik

De meeste vrienden van toen zijn ondertussen weg uit Kraainem. Sommigen zijn zelfs terug naar de streek van hun ouders getrokken. ‘Ik ken er die naar de kust verhuisd zijn en anderen die nu in Limburg wonen. Kraainem is duur geworden en onze generatie is verder van Brussel gaan wonen. Nu ik er zo over nadenk: ik woon ondertussen al langer in Lennik dan ik ooit in Kraainem heb gewoond. 31 jaar hier, en 25 jaar in Kraainem. In 1989 ben ik mijn vrouw naar hier gevolgd. Dat was toen een goed plan, want mijn werk was in die tijd in Groot-Bijgaarden, niet al te ver van Lennik. Ondertussen verhuisde mijn werkgever eerst naar Anderlecht en daarna naar Vilvoorde en nu sta ik
toch weer elke ochtend in de file.’ De broers en zussen van Peter zijn ook allemaal vertrokken uit Kraainem. ‘Eentje woont in Vossem, een andere in Vilvoorde, nog een in Antwerpen en ik heb zelfs een zus die al sinds jaar en dag in Zwitserland woont. Er zijn misschien nog maar een paar mensen die ik ken in de gemeente blijven wonen.’ Het is ergens een logische gang van zaken, vindt Peter. ‘De gemeente is snel veranderd. Ik hoor het mijn vader nog zeggen: Als de metro komt, dan komt de stad ook. En hij heeft gelijk gekregen. Kraainem is beginnen te verstedelijken toen ze in 1967 de metro hebben doorgetrokken naar de gemeente.’

Een verovering in twee fases

‘Ik heb mijn vrouw in twee stappen leren kennen’, zegt Peter. ‘Een vriendin nam me eens mee naar het Mallemuntfestival op het Muntplein in Brussel. Ze had toen een andere vriendin meegebracht, en ik denk wel dat we ons goed geamuseerd hebben, maar de vonk sloeg toen nog niet over. Een jaar of zeven later zagen we elkaar weer, opnieuw door toedoen van die gezamenlijke vriendin, en toen zijn we toch beginnen uitgaan.’ Ondertussen hebben we drie kinderen, die allemaal een andere weg zijn ingeslagen. Een van mijn zonen is postbode, de tweede is industriële technicus en de derde trok naar Utrecht om muziek te gaan studeren. Al heeft hij dat intussen al min of
meer opgegeven, want het zijn toch vrij zware studies: zes uur per dag op hetzelfde instrument spelen is niet niks.’

Ingeweken Pajottenlander

In het Pajottenland voelt Peter zich goed. ‘Ik ben hier een inwijkeling, maar ik heb me hier goed kunnen integreren, en ik ben actief in het verenigingsleven. Ik ben voorzitter van de harmonie, hoewel ik zelf geen instrument speel, maar mijn vrouw en kinderen wel. Er is hier heel veel te doen en het verenigingsleven van Lennik bloeit.’ Al is er ook iets dat wringt. ‘Ik heb wel eens de indruk dat iedereen heel erg aan zijn eigen vereniging vasthangt. De wandelclub gaat bij wijze van spreken alleen maar naar de activiteiten van de wandelclub.’

Het feit dat Peter zich goed voelt in Lennik zorgt er ook voor dat hij geen heimwee heeft naar Kraainem. ‘Ik heb er een leuke tijd gehad, en veel toffe mensen leren kennen, maar ik ben nu ook tevreden.’

Tekst: Maarten Croes

Foto: Tine De Wilde

Uit Lijsterbes mei 2020