submenu

40 jaar Lijsterbes Marina en Patrick van de Foyer - 16/05/2020

‘Ik mis mijne Foyer nog steeds’

Van 1995 tot 2005 combineerden Marina Verhulst en Patrick Deneys hun job met een engagement als conciërge van de Lijsterbes, en als de eerste uitbaters van de Foyer. In het kader van een reeks getuigenissen over 40 jaar GC de Lijsterbes blikken ze met veel plezier terug op die periode.

Toen ze in 2005 afscheid namen van de Foyer, betekende dat voor Marina en Patrick nog lang niet het einde van hun carrière. Patrick stond ook tijdens de periode in GC de Lijsterbes al bekend als de polyvalente klusjesman van de sociale woningen op Kapelleveld.Marina werd in september nog in de bloemetjes gezet toen ze veertig jaar in dienst was als manager van de keuken van de Amerikaanse school in Sterrebeek. Zij gaat in november met pensioen. Patrick zou met pensioen gaan op 1 mei, maar herstelt ondertussen thuis van een zware chemokuur. Hij moet Marina in zijn plaats laten praten tijdens het interview, maar de twee kennen elkaar door en door. ‘We hebben elkaar leren kennen in 1977 en we zijn nog altijd gelukkig samen.’

Zolderkamer

Patrick is een Zinneke – geboren in Elsene en afkomstig van Sint-Lambrechts-Woluwe. De ouders van Marina woonden dan weer in de ‘bas-fonds’ van Kraainem, zij is er trots op dat ze nog steeds in de gemeente woont, in de Jozef Van Hovestraat, ook bekend als de ‘overstromingsstraat’ aan het viaduct. Zij is eerder Nederlandstalig, hij eerder Franstalig, maar intussen hebben ze elkaar tweetalig gemaakt.

Marina: ‘We hebben elkaar leren kennen in het restaurant waar ik werkte om iets bij te verdienen na mijn schooltijd. Op
een dag kwam Patrick binnen omdat zijn brommer panne had. Hij vroeg of hij mocht bellen naar een vriend om hem te
komen ophalen. Hij heeft een pintje gedronken en van het een kwam het ander.’

Na drie jaar in het restaurant mocht Marina beginnen als kokkin in de Amerikaanse school. De Foyer van de Lijsterbes kwam erbij toen de grote zaal daar werd opgetrokken.‘ De Lijsterbes was in het begin een heel klein centrum met een bureau en een klein zaaltje, tot de Vlaamse Gemeenschap de grote zaal en de Foyer heeft gebouwd. Toen hoorden we via via dat ze een conciërge zochten. Uit de drie kandidaten werden wij gekozen. We zijn op 1 augustus 1995 in GC de Lijsterbes gaan wonen. In een klein, wat oubollig appartementje waar niet veel in orde was. Er was maar één kamer. Onze dochter van 11 jaar oud heeft nog lang moeten wachten voor de zolderkamer voor haar in orde was gebracht.’

'Mijn Kinderen'

‘In het begin ging de Foyer alleen open als er voorstellingen waren, voor een pintje uit een flesje tijdens de pauze. Dat vond ik spijtig omdat het zo’n mooie ruimte was. Dus ben ik gaan vragen of we daar niet wat meer mee konden doen. Na een jaar, in 1997, kregen we groen licht. Patrick en ik zijn blijven werken, het bleef een baan in bijberoep, want onze jobs wilden we niet opgeven. De afspraak was dat we woensdag en vrijdag vanaf 14 uur zouden openen, en zaterdag en zondag ook. Als er iets te doen was ’s avonds in de week, of een vereniging had de zaal nodig voor repetities of een optreden, dan moesten we er ook zijn.’

Al gauw werd de Foyer een succes. Marina: ‘In het begin was er wat drempelvrees, maar zodra het woord zich verspreidde, begonnen we geleidelijk aan meer en meer open te doen omdat de mensen ernaar vroegen. Zo zijn we er
stilaan ingerold en hebben we een heel mooie zaak mogen uitbaten voor veel lieve mensen. En voor veel jeugd. Als ik de jonge mensen van toen terugzie, noem ik hen nog altijd ‘mijn kinderen’. Er waren veel jonge mensen van de Chiro bij. Verschillende jongeren van veertien à vijftien jaar kwamen op woensdagnamiddag bij ons huiswerk
maken. Ze zeiden tegen hun ouders dat ze in de Foyer gingen studeren bij Mammie en Pappie. Dan hield ik hen in
het oog, zodat ze dat ook echt deden. Het was een leuke tijd. Ook oudere mensen hadden veel aan dat sociale
leven. Er werd al eens een keer een ‘plaksken’ gedraaid, een keer zot gedaan gedanst, een verjaardagsfeestje gevierd. Bij de 11 juliviering van de Vlaamse Gemeenschap ging het dak eraf. Je had in die tijd niet veel nodig om een feestje te bouwen. Iedereen was welkom. En als uitbater moet je natuurlijk een luisterend oor hebben, en dat had ik ook. Ik heb heel veel verhalen gehoord, huwelijken en geboorten, leuke verhalen en ook droevige verhalen.’

Beetje spijt

In combinatie met onze andere jobs overdag was het openhouden van de Foyer en het werk als conciërge heel
druk. ‘Toch had ik er spijt van toen we gestopt zijn’, geeft Marina toe. ‘Misschien had ik moeten zeggen dat ik even een paar maanden tijd nodig had om uit te blazen. Ik begon elke dag om zes uur ’s morgens op mijn werk, en na het werk  ging het in de Foyer bijna onmiddellijk verder tot elf uur ’s avonds. De job van conciërge was ook strikt en veeleisend. Alles moest opgeruimd zijn, de frigo’s weer aangevuld. Patrick deed drie keer zijn toer voor hij ging slapen om te kijken of alle deuren wel op slot waren. Het waren dus lange dagen voor ons allebei.’ ‘Je zal mij en Patrick nooit apart zien: het is samen uit, samen thuis. Na tien jaar heb ik de handdoek in de ring gegooid en zijn we naar ons eigen huis getrokken. Maar ik mis mijn Foyer, want ik zeg nog altijd ‘mijne Foyer’.’

Toch hebben Marina en Patrick nooit definitief afscheid genomen. ‘We gaan nog graag langs als er iets te doen is of om een voorstelling mee te pikken. Mijn zusje Christina werkt er natuurlijk nog (als onderhoudsmedewerkster, red.). Zowel haar als mijn schoonbroer en mijn overleden broer zijn we heel dankbaar, want als we destijds hulp nodig hadden om tijdens de pauze van de voorstellingen even gas te geven zodat iedereen snel zijn pintje had, konden we altijd op hen rekenen. Ondertussen is er de laatste 15 jaar wel wat veranderd. Het publiek is ouder geworden. Er komen minder jonge mensen bij. Het echte volksleven waarbij iedereen elkaar kende is wat verdwenen. Maar het is goed dat het publiek nu heel gemengd is geworden.’ 

‘Met het jonge koppel Steven en Gwen is de Foyer nu in goede handen. Steven is ook een van mijn ‘kinderen’. Ik heb hem nog gekend als jonge gast bij mij aan de toog, met zware kettingen aan zijn broek (lacht). Het was mooi om bij de opening van de vernieuwde Foyer te zien dat die jonge generatie ervoor wil gaan.’

Tekst: Michaël Bellon
Uit Lijsterbes mei 2020