submenu

Daniel en Danièle Jacobs-Van Eylen - 04/04/2020

‘Vroeger gaven de vogels alle dagen een concert'

Op onze tocht door de Vogeltjeswijk passeerden we vorige keer bij het gezin van radiojournalist Sébastien De Bock in de Vinkenlaan. Deze keer zijn we uitgenodigd in de Zwaluwenlaan, waar Daniel Jacobs en zijn vrouw Danièle Van Eylen al wonen sinds de wijk nog in aanbouw was.

Daniel en Danièle wonen al sinds de jaren vijftig in de Vogeltjeswijk. De ouders van Daniel kwamen er in 1955 wonen, toen de bouw van de wijk nog maar net een jaar bezig was. Al tijdens hun jeugd in de wijk leerden de twee elkaar kennen en na hun huwelijk bleven ze in de wijk wonen.
Hun aanvankelijk kleine huisje hebben ze intussen fors uitgebouwd, en ze beschikken over een mooie tuin waar de vinken, de sijsjes en de bosduiven het zo te zien
enorm naar hun zin hebben. Ook hun hond Tina, een nieuwsgierige Lhasa Daniel en Danièle Jacobs-Van Eylen ‘Vroeger gaven de vogels alle dagen een concert’ apso, huppelt vrolijk rond. En dan zijn er ook nog twee binnenhuisparkieten, waarvan er eentje ooit door Daniel
gered werd toen hij in slechte gezondheid in hun tuin was terechtgekomen.

Het is immers geen verzinsel: in de tuinen van de Vogeltjeswijk zijn er altijd veel vogeltjes geweest. Daniel Jacobs: ‘In 1955 was het hier nog de boerenbuiten. Het was een wijk van de Kleine Landeigendom met nog veel velden waar ze witloof en suikerbieten kweekten. Wat eigenaardig was, is dat in de notariële
akte bepaald was dat elke bewoner minstens twee soorten dieren moest houden. We mochten kiezen uit kippen, konijnen, kalkoenen, eenden of duiven.Die regel was er precies om het landelijke karakter te kunnen behouden. In de jaren vijftig was men dus al op een bepaalde manier milieubewust aan het denken. Daarom hadden ze in de tuinen ook stalletjes gebouwd die per vier huiseigenaars gedeeld werden. Daar zaten die dieren in, en zo was het dus ook alle dagen concert. De hanen bijvoorbeeld maakten ’s ochtends veel lawaai, maar de mensen klaagden daar niet over. Je zou het nu eens moeten proberen!’

AUTOLOOS

Toch is Prinses Josephine Charlottewijk de officiële naam van de wijk en niet Vogeltjeswijk, herinnert Daniel de lezer. ‘Die naam komt van het kapelletje Onze-Lieve-Vrouw-der-Vogels dat ze destijds gezet hebben voor de Poolse bouwvakkers die de wijk gebouwd hebben. Daar konden ze terecht om te bidden.’ Danièle: ‘Er is een dame uit de wijk die daar nog altijd bloemen gaat leggen.’

De twee tortelduifjes denken met nostalgie terug aan de tijd van toen. Danièle: ‘Ik vond het hier gezellig. We hebben een ongelooflijke jeugd gehad. Het was een dorp. Er reden nauwelijks wagens. Mijn ouders hadden pas een auto in de jaren zestig. In het begin hadden we zelfs nog geen centrale verwarming.’ Daniel: ‘Maar we konden op straat spelen of in de bossen en de velden. Fruit gaan pikken in het juiste seizoen, in de vijvers gaan zwemmen … Prachtig!’

De eerste bewoners van de Vogeltjeswijk kwamen zowel uit Vlaanderen als uit Wallonië. ‘Ze kwamen schrijven in Brussel zoals ze dat toen noemden. Dat betekent dat ze als oorspronkelijke boerenkinderen nu bureauwerk kwamen doen in de stad. Daar waren ze heel trots op.’ Daniel en Danièle zijn zelf perfect tweetalig en noemen zichzelf verfranste Vlamingen. Hun grootouders hebben wortels in Stokkel, Wezembeek, Bertem en Heverlee, tot zelfs in Bokrijk. Maar hun ouders vonden het belangrijk dat ze naar een Franstalige school gingen, omdat ze met dat Frans ‘beter terecht zouden kunnen’. Daniel: ‘Vandaag is het juist omgekeerd. Op straat spraken we wel gewoon het Kraainemse dialect en dat was anders dan het dialect van Stokkel, Tervuren of Sterrebeek. Al die dialecten bestaan nu natuurlijk niet meer. In de jaren vijftig telde Kraainem ook nog maar 3.000 inwoners. Nu zijn dat er 14.000. Het is hier waarschijnlijk ook wat minder gezond dan toen, met het verkeer en de Ring zo vlakbij.’ ‘Maar de vliegtuigen zijn er altijd geweest’, vult Danièle aan. ‘Die horen we niet meer omdat we ze al zo lang gewoon zijn.’

Beter dan de Azurenkust

Daniel was tijdens zijn beroepsleven eerst rijkswachter, daarna adjunctcommissaris bij de politie in Watermaal-Bosvoorde en uiteindelijk lid van de veiligheidsdienst van de NATO. In de roerige jaren zeventig en tachtig maakte hij een aantal aanslagen mee zoals de bomaanslag van de CCC op het hoofdkwartier van Motorola. ‘Dat was niet altijd even makkelijk. Ik begon eraan als jongeman die niets van het leven kende, maar na een jaar had ik al alles gezien.’ ‘Hij was ook veel van huis als agent’, weet Danièle nog, die zelf lerares was tot de dochters werden geboren, en nadien ook nog vaak opgetrommeld werd als interim in de school van Kraainem. ‘Als juffrouw Monique belde dat ze me ’s anderendaags nodig had om een vervanging te doen, dan stond ik daar. Daardoor kennen we nu nog altijd veel mensen uit de buurt.’

Buurtcomité

Als het buurtcomité de jaarlijkse rommelmarkt organiseert, zijn Daniel en Danièle er steevast bij. ‘Dan komt iedereen naar buiten met iets om te eten of te drinken bij de buste van Josephine en praten we bij. En als iemand iets nodig heeft tijdens het jaar, helpen we elkaar. Onder de bewoners zijn verschillende mensen die afkomstig zijn uit andere landen en we komen allemaal goed overeen. Als we ‘s zondags iets gaan eten, komen we altijd wel iemand tegen en zo blijven we op de hoogte. Als ik in de voortuin bezig ben, stopt iedereen die passeert en schiet ik nauwelijks op.’ (lacht)

Nu het echtpaar met pensioen is, spenderen ze inderdaad veel tijd in tuin, moestuin en voortuin. Daarnaast speelt Daniel ook klarinet, hij leert piano spelen aan de academie en hij speelt in een orkest dat binnenkort zelfs een optreden mag geven in de beroemde Studio 4 van het Flageygebouw in Elsene. Af en toe droomt het koppel weg aan de Franse Azurenkust, waar het mooier weer is en waar ze ook vrienden hebben. ‘Ik ken een verhuizer die ons altijd wil helpen als we toch zouden beslissen om te vertrekken,’ vertelt Daniel, ‘maar die zegt er altijd bij dat hij ons tien jaar later ook weer terug zal moeten brengen, omdat iedereen uiteindelijk terugkomt. Ik denk dat we dan maar meteen hier zullen blijven. Het is hier goed.’

Tekst: Michaël Bellon
foto: Tine De Wilde
uit: lijsterbes april 2020