submenu

Roland Van Campenhout heeft de zeemansblues - 06/03/2020

Een vrije vogel op woelige baren

De zeemansliederen die de Belgische blues- en folkpionier Roland Van Campenhout (75) brengt met ‘The Deep Blue Sea’ sluiten naadloos aan bij zijn reputatie als vrije vogel.

Hoe ouder je wordt, hoe beter je wordt in het distilleren van jezelf. Je herkent je eigen stommiteiten, weet wat je kunt en vooral waar je af moet blijven.’

‘In IJsland bestaan er nog dorpjes waar mensen West-Vlaams spreken als gevolg van de IJslandvaart, ooit erg belangrijk
voor de Oostendse visserij’, steekt Roland Van Campenhout van wal. Straks mag zanger Patrick Riguelle de 2.0-versie van The Deep Blue Sea voorstellen in het Oostendse cultuurcentrum, maar vijf jaar geleden was Roland Van Campenhout dus de eerste om er mee aan de slag te gaan.

‘Visserij is er altijd geweest, en dus ook mensen die doodgingen op zee en thuisblijvers die hun geliefden moesten missen. Het heeft ontzettend veel liedjesschrijvers geïnspireerd.’ Keuze te over dus voor Roland, die vertrouwd is met de Ierse, de Schotse en de Engelse folk. Daarnaast heeft hij ook oog voor minder bekend werk van Joseph Spence, ‘een folkartiest uit de Bahama’s waar Ry Cooder veel van geleerd heeft’.

‘Wasn’t it sad, wasn’t it sad, when that great ship went down to the bottom of the ocean?’, zo brengt de zanger – met zijn kenmerkende rauwe bluesstem – een traditional over de Titanic in herinnering. ‘Ik kende het nummer via een plaat van Lead Belly. Hij zong niet alleen over het enorme verlies aan levens, maar ook over de arrogantie van de mens, die denkt het te kunnen halen van de natuur.’

Roland vindt dat de zeemansliederen die hij selecteerde goed aansluiten bij wie hij zelf is, of toch bij de manier waarop hij ze live brengt. Want die is even onvoorspelbaar als de zee. Met toetsenist Serge Feys, gitarist Bruno Fevery en bassist Mirko Banovic koos kapitein Roland bovendien voor ervaren matrozen die zich thuis voelen op woelige baren. ‘Geen enkel concert is hetzelfde. Ik haat het als iets routine wordt.’

Weg met de bluespolitie

De afkeer van de sleur is een constante in de levensloop van de man uit Boom die intussen al jaren met Gent vereenzelvigd wordt. Tegelijk bleek het een natuurlijke rem op succes. ‘Ik heb nooit de ambitie gehad om het Sportpaleis te vullen. Ik vind dat muziek dicht bij de mensen moet blijven. Ik wilde niet in de geldmachine terechtkomen die iedere avond eist om dezelfde hits te spelen.’

Van dure woorden als showbizz, management en carrièreplanning werd hij altijd al een beetje duizelig. ‘Ik hoefde geen privévliegtuig of chique villa in Barbados. Ik wilde vrij zijn. Ik speel ook het liefst met muzikanten die even avontuurlijk zijn, zoals mondharmonicaspeler Steven De bruyn of jazzdrummer Teun Verbruggen. Als we samen iets brengen dat wat meer psychedelisch klinkt en naar de Grateful Dead neigt, begint er soms iemand van de bluespolitie ongeduldig ‘bluuees!’ te roepen, maar daar trek ik me niets van aan.’

Roland stond natuurlijk lange tijd aan het roer van Roland & His Blues Workshop, maar de voorbije decennia breidde hij zijn muzikale actieradius zodanig uit dat hem kenmerken als blueslegende zijn oeuvre eigenlijk onrecht aandoet. ‘Eigenlijk was ik, net als de beatniks, in eerste instantie een jazzfreak. Op de radio die in Boom in de huiskamer stond, hoorde ik voor het eerst John Coltrane. Toen hij later te gast was op het jazzfestival van Comblain-la-Tour, zat ik op de eerste rij. Maar in jazzwinkels lag ook blues in de rekken, en zo ontdekte ik John Lee Hooker en Lightnin’ Hopkins.’

Na een optreden van Ferre Grignard in het Antwerpse bruine café De Muze kocht hij zichzelf een gitaar. Daarvoor had hij al wel wat wasbord gespeeld bij een Engelse groep. ‘Maar dat was bluf’, lacht hij nu. ‘The City Ramblers speelden zogenaamde spasm music (een mix van dixieland, traditionele jazz en skiffle, n.v.d.r.). Toen ze in Gent waren, vroegen ze of er toevallig een wasbordspeler aanwezig was. Ik stak mijn hand op, terwijl ik nog nooit een wasbord van dichtbij gezien had (lacht). Maar na een paar dagen kon ik het. Ik vond het nog plezant ook.’

KUIFJE IN DE ZANDBAK

Door de jaren heen speelde Roland met internationale kleppers als Rory Gallagher en Tim Hardin, zelfs een keertje met Rolling Stonesdrummer Charlie Watts. In eigen land zette hij projecten op met Arno (Charles et les Lulus), Wannes Van de Velde (De nomaden van de muziek) en het duo Jean Blaute en Paul Michiels (Cry like a man). Zijn brede actieradius culmineerde vorig jaar op het album Folksongs from a non-existing land. Daarop zijn zowel folk, jazz, blues als filmische geluiden te horen. ‘Die plaat is wie ik ben.’

Met zijn muzikanten gaat hij, in zijn eigen woorden, ‘in de zandbak spelen’. ‘Als kind was dat de plek waar je je fantasie de vrije loop kon laten. Iemand speelde cowboy, iemand indiaan, iemand een oude Duitse officier, iemand Dracula. Zo amuseerden we ons te pletter. Ook als je op een podium staat, moet het publiek aanvoelen dat je er plezier in hebt. Alleen dan kan de vonk overslaan. Als mensen van alle leeftijden — mijn publiek is hetzelfde als dat van Kuifje, van 7 tot 77 jaar — me na zo’n concert komen bedanken, doet dat veel meer deugd dan een som geld. Mentaal leef ik van optreden naar optreden. Op een podium staan is voor mij altijd de beste drug geweest.’

Vorig jaar vierde hij met twee uitverkochte Handelsbeurzen zijn 75e verjaardag, maar zijn liedje is nog lang niet uitgezongen. ‘Integendeel, hoe ouder je wordt, hoe meer je het begint te menen. Je wordt beter in het distilleren van jezelf, herkent je eigen stommiteiten, weet wat je kunt en vooral waar je af moet blijven.’ Er liggen alweer nieuwe liedjes klaar, en straks duikt hij als ‘desperado van de poëzie’ warempel samen met generatiegenoot Jan Decleir en dichteres Delphine Lecompte het podium op. ‘Jazz and poetry!’, klinkt het met een brede glimlach op zijn gezicht, en zo zijn we weer bij de beatniks beland. ‘De boeken van Jack Kerouac lagen al in mijn bureauschuif verstopt tijdens mijn legerdienst.’ Die deed hij bij de zeemacht in kuststad Oostende, nog iets dat hem aan ‘de diepe blauwe zee’ linkt.

Tekst: Tom Peeters

Foto: Tine De Wilde

Uit: Lijsterbeskrant maart 2020

Bekijk ook

UITGESTELD - Roland & The Deep Blue Sea - The Deep Blue Sea

uitgesteld
Roland diept enkele verrassende bluesparels op uit het muzikale maritieme verleden. Zeemansliederen uit diverse landen en tijden, gepekeld in ware bluesstijl: rauw, eerlijk en puur.
14 mrt
20.00 uur