submenu

‘Opticien is een knelpuntberoep - 01/03/2019

Francis Dewit (61) denkt na 37 jaar als opticien nog niet aan stoppen

Bijna vier decennia helpt Francis Dewit de mensen aan een perfecte bril. Samen met zijn personeel verkoopt hij er ieder jaar rond de 750. ‘Toch zijn er weinigen die eraan denken om zelf opticien te worden.’

Al 37 jaar lang heeft Francis Dewit zijn eigen optiek op de hoek van de Lijsterbessenbomenlaan en de Oudstrijderslaan, vlak naast GC de Lijsterbes. Geen familiezaak, maar zelf helemaal van nul opgebouwd. ‘Opticiens waren er niet in onze familie, maar ik heb altijd interesse gehad in het vak. Mogelijk omdat ik zelf sinds mijn vijf jaar een bril draag’, vertelt Francis. Nadat Francis met een vriend naar een beroependag was geweest,  wist hij het zeker: ik word opticien. In 1980 behaalde hij zijn diploma, en een jaar later ging hij in zijn thuishaven Kraainem aan de slag.

Boerderij in Kraainem

‘De familie Dewit woont al generaties lang in Kraainem. Op de plaats waar zich nu gemeenschapscentrum de Lijsterbes bevindt, stond vroeger de boerderij van mijn overgrootvader. Mijn ene grootvader had een hoeve in de Molenstraat, de andere in de Denayerstraat en wij wonen nu nog steeds op een stuk van die grond. Ik wou dus graag in Kraainem een optiek opstarten, ook al omdat er in het dorp nog geen opticien was. De reden waarom ik me net in dit pand heb gevestigd, was de uitstekende ligging. Kwam je vanuit Woluwe of Sterrebeek, waar ook geen opticiens waren, dan kon je mijn zaak al zien. Nu is de zichtbaarheid wel wat minder, want de gemeente heeft voor mijn deur een boom aangeplant.’ Na de nodige verbouwingswerken – de zaak was vroeger een gewoon woonhuis – kon Francis in 1981 zijn eerste brillen beginnen te verkopen. ‘De eerste jaren was dat met een eerder beperkt aanbod voor een beperkt aantal klanten. Maar mond-tot-mondreclame van tevreden klanten maakte dat ik na een paar jaar echt gestart was’, zo herinnert Francis zich. ‘Al in de beginjaren zorgde ik ervoor dat ik een voldoende ruim assortiment voor kinderen had. Toen ik klein was, ben ik met mijn ouders naar een grote winkel in Brussel gegaan. Daar had ik de keuze uit drie monturen, wat echt te weinig was. Dat  moest en zou bij mij anders zijn.’ 

Persoonlijke dienstverlening

De verkoop via internet en de opkomst van grote ketens, heeft Francis geen parten gespeeld. ‘Vijf à zes jaar geleden was daar wel vrees voor, maar die vrees is ongegrond gebleken. Mensen willen graag een bril voelen vooraleer ze hem kopen. Onze dienstverlening is ook iets waarvoor de mensen terugkomen. Melden ze mij een probleem, dan heb ik 48 uur later het wisselstuk in mijn bezit. De prijs voor een kwaliteitsbril valt ook goed mee, en is doorheen de jaren eigenlijk niet gestegen, wel integendeel. Voor 250 euro kan je hier al een basismodel met glazen hebben. Veel mensen hebben hun bril bovendien 16 uur op hun neus. Ze dragen hem als ze naar het werk gaan, bij het kuisen van de zolder, op een trouwfeest … Dan is de prijs zeker niet superhoog.’

Intussen is Francis 61 jaar, maar met zijn pensioen is hij nog niet bezig. Een opvolger heeft hij voorlopig niet. ‘Mijn ene zoon heeft een immokantoor, de andere werkt voor een planbureau. Zij zijn een heel andere weg ingeslagen. Ik heb hen nooit gepusht om opticien te worden, net zoals ik vroeger van mijn ouders alle vrijheid heb gekregen. Mijn vader werkte op de luchthaven, mijn moeder was huismoeder’, zegt Francis.

De jaren 80 zijn terug

‘Opticiens zijn er niet in overvloed, het is een knelpuntberoep. Nochtans zal het beroep van opticien alleen maar aan belang winnen. Want ons oog is gemaakt om ver te zien, terwijl we dat steeds minder doen. Maar hoewel bijna iedereen een bril of lenzen draagt en het producten zijn die iedereen kent, denken weinigen eraan om opticien te worden. Het is nochtans een fijn beroep. De keuze voor de glazen laten de mensen na de nodige informatie doorgaans helemaal aan ons over, het uitzicht vinden ze heel belangrijk. Samen wordt er gezocht en gepast, tot het juiste montuur gevonden wordt. Jongere mensen zijn daar iets gevoeliger voor. En de ouderen zijn niet meer dezelfde als vroeger. Iedereen wil een bril die er goed uit ziet en die bij hem of haar past. Mensen zijn zeker modebewuster geworden. Opvallend is dat de brillen die ik in de jaren tachtig verkocht, nu een revival doormaken. We volgen zeker en vast de trends. Ik ben intussen wel al de zestig voorbij. Ik doe wat ik kan om bij te blijven, maar heb gelukkig twee jonge medewerkers in dienst. Voor mij is het wat moeilijker om me te verplaatsen in het hoofd van iemand die twintig is, voor hen is dat geen probleem. Zij kennen de trends, en beheren onze Facebookpagina, waar ze geregeld trendy monturen op posten. Ook jonge ouders vinden het fijn dat er jonge medewerkers zijn.’

Het cliënteel van Francis is zeer uiteenlopend. ‘Vroeger hadden we meer Nederlandstaligen, maar dat deel van de bevolking wordt ouder. Door de nabijheid van de Europese instellingen, de NAVO en grote firma’s hebben we een zeer internationaal publiek. Daardoor is het noodzakelijk dat we onze klanten in de drie landstalen en in het Engels kunnen helpen’, zegt Francis. ‘Ik heb Kraainem doorheen de jaren zien veranderen. De vliegtuigen zijn er altijd geweest, de autostrade heb ik in de jaren zeventig nog zien gebouwd worden. Het is drukker geworden, maar ik woon hier nog altijd zeer graag en ben zeker niet van plan om na mijn pensioen te vertrekken. Wat ik ga doen als ik stop als opticien? Ik ben een fervente stripverzamelaar. Sinds 3,5 jaar heb ik een kleinzoon, en er is een tweede kleinkind onderweg. Grootvader zijn is fantastisch. Verhuizen zullen we niet moeten doen, want we wonen al ruim 10 jaar niet meer boven de zaak. Onze vroegere woonkamer is nu een bureau.’

Jelle Schepers